DE DANSMEESTER.
VERZAMELING VAN HONDERD VIER EN DERTIG VERSCHILLENDE DANSTOEREN

Eduard Ernst (1881), De dansmeester. Verzameling van honderd vier en dertig verschillende danstoeren. Uitgave Meijer & De Roo.

In dit uit het Duits vertaalde boekje beschrijft dansmeester Eduard Ernst figuurdansen zoals die eind vorige eeuw in de Europese salons gedanst werden. Hij geeft 134 verschillende dansfiguren, welke voornamelijk uit quadrilles zijn ontleend. De dansfiguren hebben namen zoals: de bloemen, de schellen, de vier stoelen, de loterij, grand moulinet, de slak, de brievenbesteller. In een aanhangsel omschrijft hij de 8 figuren van de populaire polka.

Enkele citaten:

"De meeste toeren in den cotillon zijn aan de quadrille ontleend, en voor vele jaren werden deze met ongelooflijke vaardigheid uitgevoerd. Maar heden ten dage is het wel geheel anders; begint tegenwoordig de cotillon, die dans aller dansen, dan ontwaart men, dat de meeste heeren heimelijk hoed en stok nemen, en steelsgewijze de zaal verlaten, terwijl intusschen de dames met een kloppend hart de heeren gadeslaan, en met een angstig gemoed afwachten, of deze haar tot den cotillon zullen engageren; en met wangunstige blikken worden de dames, welke den cotillon dansen, beschouwd door hare feestgenooten, welke tot dezen dans niet zijn verzocht geworden."

"De cotillon, welke voorheen, volgens den regel, 8 toeren, of 8 maal 8 takten muziek bevatte, ontstond uit de quadrrille op de volgende wijze: Men maakte uit den carré-dans eene ronde, doordien 12 tot 16 paren zich in een' cirkel plaatsen; 2 of 4 paren vereenigden zich in het midden der ronde en volbrachten eenige toeren uit de quadrille; de overige werden echter gewalsd."