MAIL      HOME    


Huidige nummer

Oude nummers
Abonnement
Adverteren
Colofon
Mail de redactie
Links
                             

 Syncoop Nieuws nr. 51 (Maart 2005)

                                                                    Inhoud 2005

Volksdans, IsraŽlische dans of recreatieve dans?

In het IsraŽlische dansblad ďRokdimĒ (vergelijkbaar met onze ďVolksdansĒ en ďSyncoopnieuwsĒ) is al enige afleveringen lang een discussie gaande over wat te doen met die enorme toevloed aan IsraŽlische dansen en zijn dit nog wel volksdansen? Wat is eigenlijk IsraŽlische volksdans? Men schrijft in Rokdim: ďHet antwoord is niet eenvoudig te geven, maar wel belangrijk om ernaar te zoeken. Ooit betekende IsraŽlische volksdans de dansen die het leven van herders en landbouwers weerspiegelden en de dansen, meegenomen uit de landen van herkomst, zoals Debka, Hora, Sherele en Krakowiak of Jemenitische dansen. Tegenwoordig is het niet zo duidelijk. Liedjes, beÔnvloed door internationaal mediterrane pop nemen de plaats in van liedjes uit het Hooglied en de sabracultuur.Ē Men probeert vervolgens een definitie te geven van IsraŽlische volksdans:

  • De dans moet gemaakt zijn in IsraŽl. Maar is ďRachelĒ dan geen IsraŽlische volksdans, of Debka ramot? (de choreografen van deze dansen wonen namelijk in de VS)

  • Het lied moet in het Ivriet (Hebreeuws) gezongen zijn.

  • De muziek mag niet buitenlands zijn.

Maar Eliyahu Hacohen bijvoorbeeld stelt dat Hafinjan eigenlijk een Armeens lied is, maar het is een echt IsraŽlisch lied geworden, dat de typische sfeer van IsraŽl, van kampvuurliedjes heeft. Deze discussie maakt in ieder geval sommige mensen attent op het feit dat er een evolutie binnen de IsraŽlische volksdans gaande is. Er is een tweedeling ontstaan, waar men verschillende namen aan geeft:

A B
Oud versus nieuw
Traditioneel versus modern
Authentiek versus vrijetijds dans
IsraŽlische volksdans versus IsraŽlische Dans
enzovoort  

(De grens tussen A en B is niet scherp, immers waar houdt ďoudĒ op en begint ďnieuwĒ.) Hieruit vloeit de discussie voort over de verhouding van A en B in de danssessies. Het is een kwestie van smaak en opvoeding. Wanneer je deze A-dansen aan je groep doorgeeft, moet je daar wel voor 100% achter staan. Kies die dansen, waarvan je muziek hebt die niet gedateerd klinkt. Moshe Telem heeft bijvoorbeeld van een aantal van deze dansen frisse nieuwe opnames op CD gezet en zo zijn deze oudere dansen in een nieuw jasje weer leuk om te doen!

De jonge dansleiders van nu - velen van hen kennen nauwelijks of geen A-dansen - erkennen de waarde daarvan niet. Tijdens een seminar voor het leren van hoofdzakelijk nieuwe dansen zag ik dansleiders in een workshop ďgoud van oudĒ deze dansen ďevenĒ aanleren, zonder aandacht voor stijl en detail. Toen ze deze dansen later in de cursus dansten, zag ik een onverschilligheid, bijna schaamte en een uitstraling van oubolligheid, waar ik van schrok: zů zal je cursisten hiervoor niet warm krijgen!

Een gerenommeerde choreograaf leerde ťťn van zijn oudere dansen aan zonder nog iets over de stijl te zeggen. Zelf danste hij wel met behoud van stijl. Evenwel waar hij vroeger op hamerde, werd nu oppervlakkig aangeleerd. Toen ik hem hierover aansprak, was zijn motivatie dat ďde cursisten hiervoor geen geduld hebbenĒ (!!!!!) En zo zag ik een prachtige dans verworden tot ďvan dik hout zaagt men plankenĒ. Dit was nota bene zijn eigen dans! OPVOEDING!

Ik vind dat in een cursus (of het nu 1 dag is of een kwartaal of een jaar) ook de oudere dansen vertegenwoordigd moeten zijn. Maar ga met deze dansen niet om als uitzondering; ze horen er gewoon bij! Daarbij realiseer ik me dat ik gemakkelijk praten heb, immers ik woon/werk buiten IsraŽl en kan me veroorloven die dansen te kiezen, waar ik achter sta, aangevuld met ďtoppers van het jaarĒ om aansluiting te houden met andere groepen. Aan de andere kant moeten ook dansleiders in IsraŽl voor hun dansmening durven uitkomen. Wanneer je naast het nieuwste van het nieuwste ook oudere dansen wilt doen, kan je je cursisten ďopvoedenĒ door het gewoon te doen, maar dan wel met dezelfde intentie als de nieuwere dansen; geef alle dansen dezelfde waarde! Er is geen goed en slecht! Het lijkt wel of men zich ervoor schaamt ook oudere dansen te doen.

In Nederland zie ik dit fenomeen ook, hoewel het hier anders ligt: wij hebben namelijk twee situaties waarin IsraŽlische volksdans wordt beoefend:

  1. Binnen internationale cursussen en

  2. Binnen groepen, die uitsluitend IsraŽlische dansen doen

(Gert-Jan spreekt over ďintodansĒ resp. ďisrodansĒ). Wanneer ik deze twee groepen met elkaar vergelijk, hebben we te maken met tegenovergestelde kanten van het boven beschreven probleem: *In groep 1 (internationaal) constateer ik een - soms grote - weerstand tegen nieuwe IsraŽlische dansen. Men kiest daar dan ook voornamelijk oudere IsraŽlische volksdansen in het repertoire. *In groep 2 (IsraŽlisch) merk ik in veel groepen juist een aversie tegen deze oudere dansen en een sterke voorkeur voor de nieuwe dansen. De situatie in groep 1 wordt mijns inziens veroorzaakt doordat:

  • Orkesten nauwelijks nieuwe dansen willen instuderen, omdat ze -door de grote toevloedeen jaar later al weer uit de roulatie zijn en omdat de rest van Nederland de betreffende dans toch niet kent.

  • De bijscholing is afhankelijk van de keuze van de uitgenodigde specialist, met als gevolg dat er vrijwel geen overlap is met het repertoire van andere groepen (dus welke dans moet een orkest dan kiezen?)

  • Men vindt de muziek bij de nieuwe dansen vaak niet mooi, niet ĒvolksĒ.

De situatie in groep 2 wordt, denk ik, veroorzaakt doordat:

  • Men up-to-date wil blijven, gelijke tred wil houden met IsraŽl. Zoals Gert-Jan aangaf in zijn interview (Syncoop Nieuws dec. '04) zal dat nooit helemaal opgaan, doordat de levensomstandigheden in- en buiten IsraŽl verschillen en dus de dansbeleving anders is. Maar bijvoorbeeld het al dan niet verstaan van de liedteksten zal ook de dansbeleving beÔnvloeden.

  • Ook vindt men oudere dansen vaak oubollig.

Hier ligt een taak voor de specialisten/dansleiders IsraŽlisch:

  1. Binnen de internationale cursussen en dansdagen zou ik ervoor pleiten om zowel oudere als nieuwere dansen aan te leren. Bij de keuze van nieuwere dansen moet men proberen in te schatten of het ďeendagsvliegenĒ zijn. Deze dansen (eendagsvliegen) zou ik niet bij internationale groepen aanleren. Het zou goed zijn als de dansleiders de danskeuze op elkaar afstemmen, zodat landelijk een gemeenschappelijk bekend repertoire ontstaat.

  2. Binnen IsraŽlische groepen geldt het omgekeerde: laat je niet verleiden om alleen nieuwe dansen te doen, maar grijp regelmatig terug op oudere dansen. Mijn ervaring is dat cursisten dit met gejuich ontvangen! Veel mensen, bijvoorbeeld, hebben deze dansen alleen van afkijken geleerd en zijn blij om ze eens goed te leren. Ieder moet hierin een balans zoeken die bij hem/haar ťn bij de groep past; maar nogmaals je kan je groep hierin ďopvoedenĒ. (Wanneer je hard afkeurende geluiden hoort, zijn dat vaak maar een paar mensen; de rest hoor je niet, maar die zijn er wel en hebben ook een mening!)

In juni organiseer ik een ďYom Harikudey-amĒ (dag van de IsraŽlische volksdans) en hoop daar met alle collegae IsraŽlische dans iets te bereiken aangaande de hierboven beschreven problematiek.

Angela Reutlinger

Bron: Syncoop Nieuws nr. 51 (Maart 2005)
http://www.syncoopnieuws.nl/archief/2005/12.html

                                                                     Inhoud 2005


Wilt u adverteren, of activiteiten in de  agenda aankondigen?

Mail naar: syncoop@wxs.nl





GeÔnteresseerd in CDís met volksmuziek?

Bezoek dan  www.syncoop.com




 

Copyright SyncoopNieuws 2005