MAIL      HOME    


Huidige nummer

Oude nummers
Abonnement
Adverteren
Colofon
Mail de redactie
Links
                             

 Syncoop Nieuws nr. 51 (Maart 2005)

                                                                    Inhoud 2005

Zigeuners en volksmuziek

Zigeuners, rroma, zingari, sinti, lovari, khelderari, manouche, yefti, atsinganoi, gypsies, gitanos, bohémiens. Dit is een willekeurige greep van de verschillende namen (soms respectvol, soms scheldnamen) waarmee zigeuners werden en worden aangeduid. Zigeuners zijn een nomadenstam, die zijn oorsprong heeft in Rajasthan, India en waarvan de leden zijn gaan trekken sedert de 5e eeuw, veelal in westelijke richting. In Rajasthan vormden en vormen ze nog steeds een ambulant volk, dat ambulante beroepen uitoefent, zoals kapper, ketellapper, paardenhandelaar, slangenvanger en muzikant. In Rajasthan worden de zigeunermuzikanten veel gevraagd voor bruiloften en andere feesten. Zij beoefenen tenminste twee soorten muziek, die van hun klanten en die van hen zelf. Twee bekende huidige muziek- en dansensembles die bestaan uit Rajasthaanse zigeuners zijn Lok Rang en Musafir. De wereld heeft heel wat nomadenvolken gekend die zich van lieverlee ergens metterwoon zijn gaan vestigen. Veel zigeuners hebben echter door de eeuwen heen het trekken nog steeds niet afgeleerd. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze vaak bleven trekken omdat ze veel vervolgd werden. Sedert de 5e eeuw zijn ze gesignaleerd in Turkije, in Egypte (vandaar de naam Egyptians, dat Gypsies is geworden) en de Balkan. Vanaf de 10e eeuw in Griekenland (waar ze atsinganoi werden genoemd, de onaanraakbaren: dit woord werd later verbasterd tot Zigeuner). Daarna zwermden ze uit over Hongarije, Roemenië, Slowakije, Rusland, Polen, Finland. Sedert de 15e eeuw worden ze gezien in Duitsland, Nederland, België, Frankrijk en Spanje en op dit moment is Canada erg populair bij hen. Omstreeks 1850 werden in Roemenië en Hongarije tienduizenden zigeuners, die generaties lang lijfeigenen geweest waren van grootgrondbezitters, vrijgelaten. De vrijlating leidde tot de grootste migratie van zigeuners na de 15e eeuw. In veel landen is het trekken verboden, maar o.a. in Roemenië is het nog steeds toegestaan. Daar wonen dan ook relatief veel rroma. Deze omzwervingen worden muzikaal in beeld gebracht in de documentaire Latcho Drom van Toni Gatlif.

In heel veel landen worden de rroma met de nek aangekeken, gediscrimineerd en geminacht. Altijd hebben ze zich als underdog moeten bewijzen, moeten verdedigen. Dat heeft kun karakter sterk bepaald. Defensief, opvliegend, trots, strijdbaar zijn enkele vaak voorkomende karaktertrekken. En dat is vaak te horen in hun muziek.

Volksmuziek

Muziek en zigeuners. Zigeuners en muziek: die twee schijnen bij elkaar te horen als paard en ruiter, sleutel en slot. In vele dorpen in Turkije, Griekenland, de Balkan, Roemenië en Hongarije heeft de plaatselijke bevolking reeds meer dan 200 jaar lijdzaam moeten toezien hoe die vreemde allochtonen hun eigen volksmuzikanten de baas waren op bruiloften en bij andere gelegenheden. Veel volkeren in Centraal- en Oost-Europa hebben het aan de zigeuners te danken dat hun eigen tradities zo goed bewaard zijn gebleven. Immers, de zigeuners waren dienstverlenende muzikanten: zij speelden dus wat er gevraagd werd. En zij deden dat nauwgezet en precies tot in de puntjes. Immers: ze zouden zich bewijzen. Ze schreven niets op, maar ze onthielden alles. Zo werden zij levende archieven. Veel van wat wij per abuis zigeunermuziek noemen, is dus niet de muziek van de zigeuners zelf, maar de volksmuziek en populaire muziek van hun (gast-)heren en gastlanden waar zij doorheen trokken. Bekende zigeunerorkesten die Roemeense volksmuziek spelen (afgewisseld met zigeunerliedjes) zijn o.a. Fanfare Ciocârlia en de Taraf de Haidouks. Bekende orkesten die Macedonische volksmuziek spelen (afgewisseld met zigeunerliedjes) zijn o.a. Fanfare Kadrijevi en het Kocani Orkestar. Zij zijn te horen in de films van Emir Kusturica, zoals Time of the gypsies, Undergound, Black Cat White Cat. Veel bekende en minder bekende Hongaarse en Transsylvaanse dorpsorkesten bestaan volledig uit zigeuners, zoals dorpsorkesten uit Szatmár, uit Bogyiszló, Magyarpalatka, Magyarszovát, Méra, Szászcsávás, Vajdászentivány, Erdöszombattelke, Búzá, etc.

Praten over gypsy-style of gypsy soul kan dus soms terecht betrekking hebben op de Roma-cultuur. Maar per vergissing wordt hun muziek vaak zigeunermuziek gedoopt terwijl zij dat niet is. In werkelijkheid horen wij dan pure en hartstochtelijke sevdalinka's uit Bosnië, ciftetelli's uit Turkije of Griekenland, kolo's uit Servië of szapora's uit Transsylvanië. Pure traditionele volksmuziek uit de betreffende landen, door de zigeuners voortreffelijk, nauwgezet en onbewerkt doorgegeven van generatie op generatie. Geen zigeunermuziek dus, maar muziek van hun klanten. Een voorbeeld is Mostar Sevdah Reunion. Ook al werken zij samen met een bekende zigeunerzangeres, zoals Ljiljana Buttler, hun muziek blijft puur en hartstochtelijk Bosnisch.

Hetzelfde geldt voor de flamenco in Andalusië. Deze Zuid-Spaanse en temperamentvolle volksmuziek heeft sterke Arabische en Moorse trekken, omdat zij eeuwen- en eeuwenlang werd beďnvloed door sedentaire en ambulante volkeren uit Noord-Afrika, zoals de Joden, de Berbers, de Algerijnen, de Egyptenaren, de Arabieren, de Marokkanen en … de zigeuners. Maar je mag flamenco geen zigeunermuziek noemen, ook al wordt deze muziekstijl vaak en succesvol door zigeuners gespeeld. Ere wie ere toekomst: de gastlanden en de dragers der traditie vanwege hun eigen muziek. De zigeuners, omdat ze die zo goed (en onversneden) kunnen bewaren en vertolken. De film Vengo van Toni Gatlif geeft een goede en vurige introductie in de flamenco. Als je een CD koopt met traditionele volksmuziek van Turkije, Egypte of Griekenland, heb je grote kans dat de uitvoerende musici zigeuners zijn. In Griekenland worden ze yefti genaamd. Een ongeoefend oor hoort nog niet zo eenvoudig het verschil tussen Griekse muziek uit Epirus en yeftimuziek uit Epirus (het grensgebied van N.-W.- Griekenland en Zuid-Albanië). Hoe komt dat? Omdat de eigen zigeunerliedjes in de loop der jaren (eeuwen) zijn beďnvloed door de omgeving waar zij woonden. Men heeft echter vaak de eigen taal (romanes) en ook de eigen trots en hartstocht bewaard. Vaak zijn de zigeunerliedjes in Griekenland, Roemenië en Hongarije net iets hartstochtelijker, net iets melancholischer of net iets weelderiger versierd dan de autochtone liederen in het gastland. Een voorbeeld van een yefti-orkest uit Epirus is To Meraki. Zij spelen zowel de traditionele Griekse volksmuziek uit Epirus, als de yeftimuziek uit dezelfde streek. Een voorbeeld van een yefti-orkest uit Albanië is de Familie Lela.

Sommige mensen zijn van mening dat zigeuners bijzonder begaafd zijn met muzikaliteit. Anderen geloven dat hun muzikale virtuositeit meer te maken heeft met goede opvoeding en gedegen oefening. Het is een feit dat veel zigeunermuzikanten van kinds af aan alleen maar temidden van de eigen muziek zijn opgegroeid en als het ware een eersteklas muzikale opvoeding hebben genoten, waarbij ze bepaalde melodieën van 's morgens vroeg tot 's avonds laat kregen toegediend, graag of niet. Van dichtbij heb ik deze scholing mogen meemaken van Florin Codoba. Op dit moment is hij de primás van het wereldberoemde Hongaars-Roemeense dorpsorkest uit Palatka. Op 14-jarige leeftijd had hij reeds de Schwung, de juiste lichaamsbeweging, de dynamiek, de hartstocht (zij het nog wat onbeholpen) en de vurigheid, maar de intonatie was niet om áán te horen! De juiste noten kwamen later. Dit is een leerproces precies omgekeerd aan wat wij op de (westerse) muziekscholen leren: eerst de juiste noten en later (veel later) zegt de leraar: “Ziezo, nu gaan we er muziek van maken!…” (Als de leerling tegen die tijd al niet is afgehaakt).

Zigeunse muziek

Naast de muziek van de gastlanden hebben de zigeuners (manouches, yefti, rroma) hun eigen liedjes (door mij zigeunse muziek gedoopt), hun eigen verhalen en sprookjes, hun eigen dansen. Lange tijd was deze muziek geheim voor buitenstaanders, net als hun taal. Maar sinds de volksmuziekrevival van de jaren '70 breekt ook langzamerhand de eigen identiteit van de rroma door. In Hongarije hebben ze hun mondbassen: met de stem imiteren ze muziekinstrumenten. Veel liederen gaan van ti-ta-ta-ta of o-doe-boe-ka doedela - boe. Als meerdere zangers elk hun eigen ritmische patronen zingen, krijg je samen natuurlijk een prachtig rap-concert dat de pan uit swingt. Het gebruik van de mondbas is uit armoede geboren: als er geen muziekinstrumenten voorhanden zijn, dan heb je altijd je mond nog. Overigens stamt het gebruik om ritmische patronen via fantasie woordcombinaties te zingen (en te onthouden) uit de klassieke muziek van India, waar de percussionist in opleiding honderden ritmische patronen uit zijn hoofd moet kunnen … opzeggen. Bekende vertolkers van deze Hongaarse mondbas-stijl zijn Kalyi Jag, Ando Drom, Romano Drom, Maljaki Luludji. De zigeunerliederen gaan in Transsylvanië nog sneller en swingen nog meer. Men danst er de csingerálás: een zeer snelle dans voor paren (die elkaar niet aanraken). De beste vertolker van deze stijl is Rroma Nadara.

Nieuwvormingen (“zigeunermuziek”)

In België en Frankrijk hebben Stéphane Grapelli en Django Reinhardt in de jaren '30 een eigen Europese jazz ontwikkeld, oorspronkelijk door Amerikaanse “zwarte muziek” te importeren, later door eigen liedjes te schrijven. De Djangostijl is eigenlijk een mix van de eigen zigeunse muziek met de toen bijzonder populaire jazz. Mede onder Spaanse invloed was de gitaar reeds populair onder de sinti in Frankrijk. Men imiteerde met de slag-gitaar o.a. een snare-drum. Een gebruik, dat vandaag de dag nog steeds populair is in deze muziek van de “Hot Club de France”. Huidige vertolkers in Frankrijk zijn o.a. Dorado Schmidt (viool) en Tschavolo Schmidt (gitaar). De laatste speelde de hoofdrol in de film Swing van Toni Gatlif. Eén van de meest authentieke vertolkers van deze stijl in Nederland is de groep Sonnekai. Modernere bewerkingen en vermenging met andere stijlen worden o.a. toegepast door het Rosenberg Trio.

Tenslotte behandelen we een stijl die door vele mensen al vele generaties zigeunermuziek wordt genoemd (maar het niet is): de restaurantmuziek, oftewel de populaire, melancholische en romantische stadsmuziek uit de chiquere etablissementen uit Wenen, Parijs, Boedapest en Boekarest. In de jaren '10 en '20 was deze muziek voor vele welgestelde en keurig opgevoede burgers in West- Europa de eerste kennismaking met muziek van de bohémiens. De muziek bezorgde een mengeling van dwepen met de edele wilden, die qua status natuurlijk ver beneden de elitaire gasten stonden, maar wier temperament en hartstocht iedereen bekoorde.

Deze muziek was geen Hongaarse of Roemeense volksmuziek, maar ook geen zigeunse muziek (rroma-volksmuziek). In feite ging het om gecomponeerde populaire liedjes (geschreven o.a. voor de radio in de jaren '10 en '20), in Hongarije magyar notá genaamd. Ze ademden een volkse sfeer en stijl, maar het zijn kunstliederen. In de chiquere restaurants (kávéházak) worden ze rijk, barok, romantisch en sentimenteel versierd, geharmoniseerd, van een tweede stem voorzien, vertraagd, versneld, allemaal met als doel het publiek te behagen, te imponeren en te vermaken. Ze vormden dus het begin van de commerciële muziek oftewel de showbusiness op minischaal. Grote namen in Boedapest waren o.a. Sándor Lakatos en tegenwoordig Kálmán Balogh. Bekende vertolkers in Nederland en België waren en zijn Tata Mirando, Roma Mirando, Toki Horvath en Robby Lakatos. De opkomst der zigeunermuziek sedert de jaren 1915 in Nederland is uitgebreid beschreven in het boek Kunsten in Beweging 1900 - 1980 door Rosemarie Buikema en Maaike Meijer (SDU, 2003). Enkele bekende namen in die tijd waren Béla Ruha, Lajkos Veres en Gregor Serban. Om nog niet geheel opgehelderde redenen is deze stads-zigeunermuziek (restaurantmuziek) in Nederland bijzonder populair geworden bij toenmalige rijkeluisjongetjes die rechten en medicijnen gingen studeren: de muziek was elitair en ondeugend tegelijk: dat paste dus goed bij het studentenleven. Sedert de jaren '50 had elke universiteitsstad in Nederland zijn eigen studentenzigeunerorkest. De meeste van deze orkesten bestaan nog steeds en worden jaar in jaar uit ververst. Pipacs in Delft, Servus in Amsterdam, Csárdás in Leiden, Malac Banda in Wageningen, Cserebogár in Groningen, etc. Vele kennen ook veteranenorkesten: de leden zijn tot op hoge leeftijd doorgegaan met zich te bekwamen in deze stijl en reizen regelmatig naar Centraal-Europa of nodigen leermeesters daarvandaan uit om hier les te geven.

Ook Roemenië kent de zogenaamde stads-zigeunermuziek, gebaseerd op populaire, soms gecomponeerde liedjes, soms ook op populaire klassieken, zoals de Sabeldans van Khachatourian, de Danse Macabre van Liszt en de Csárdás van Monti. De nieuwste ontwikkeling in Roemenië van de laatste tien jaar is de zogenaamde Mahalamuziek. In feite gaat het om een mix van Grieks- Turkse en Balkan-buikdansritmes (manele, een variant op de cifteteli), vermengd met een stevige portie jazz. Deze muziek is door zigeuners geďntroduceerd in de sloppen (mahala's) van Boekarest en vervolgens zo populair geworden (ook onder jongeren), dat vandaag de dag in heel Roemenië in elke disco de jeugd urenlang staat te buikdansen op mahala-muziek. Bekende vertolkers hiervan zijn de orkesten Mahala Gypsy Star met o.a. Fulgerica op accordeon. Dit orkest verzorgde o.a. de muziek in de film Gadjo Dilo van Toni Gatlif. Nederland en Duitsland vormen de bakermat van het orkest Csókolom. De leden zijn weliswaar gadjo's, maar ze zijn voldoende door rroma besmet om een onvervalst rroma-sfeertje neer te zetten, met name in de zeer authentieke wiegeliedjes en kinderliedjes uit Kroatië, Servië en Hongarije.

Onder nieuwvormingen hoort ook de popmuziek. Hongarije heeft de bijzonder originele zigeunerband Besh-o-Drom voortgebracht. Het is onmiskenbaar popmuziek en het swingt de pan uit. De muziek is een mix van Hongaarse, Turkse, Balkan-, Perzische en Indiase volksmuziek, op bijzonder geraffineerde, levendige en humorvolle wijze samengebracht. Een hoopvolle ontwikkeling van de cross-over en weer helemaal back to the roots.

Veel van de hier genoemde muziek is uitgebracht bij Syncoop. Andere labels zijn o.a. te koop bij het Netwerk Hongaarse Volksmuziek (www.tanchaz. nl) Veel van de hier genoemde ensembles kunnen geboekt worden bij World Music Agency De Speelman (www.speelman.nl)

Crispijn Oomes

Bron: Syncoop Nieuws nr. 51 (Maart 2005)
http://www.syncoopnieuws.nl/archief/2005/11.html

                                                                     Inhoud 2005


Wilt u adverteren, of activiteiten in de  agenda aankondigen?

Mail naar: syncoop@wxs.nl





Geďnteresseerd in CD’s met volksmuziek?

Bezoek dan  www.syncoop.com




 

Copyright SyncoopNieuws 2005