MAIL      HOME    


Huidige nummer

Oude nummers
Abonnement
Adverteren
Colofon
Mail de redactie
Links

                             

 Syncoop Nieuws nr. 50 (December 2004)

                                                                    Inhoud 2004

Angela Reutlinger: ĎMuziek moet iets met je doení

Angela Reutlinger - wie kent haar niet Ė is op dit moment fulltime docent internationaal en IsraŽlisch en ze leidt een demonstratiegroep Mexicaans (en Argentijns). Ze woont in Amsterdam en werkt wekelijks in Amsterdam (internationaal & IsraŽlisch), Almere (internationaal & IsraŽlisch) en in haar lessen in Nijkerk is veel IsraŽlisch terug te vinden (op verzoek). Verder geeft ze dansdagen en weekends in heel Nederland en in Duitsland, BelgiŽ, Luxemburg, Oostenrijk, Finland (de laatste 3 landen tot nu toe 1 maal).

Ze deed in Nederland de kaderopleiding en heeft een Benoembaarheidsverklaring. Ze schoolde zich bij in de IsraŽlische dans op reguliere dansavonden in IsraŽl, ze volgde in Engeland 12 seminars met 4 IsraŽlische choreografen, en in Frankrijk 3 seminars met 4 IsraŽlische choreografen. Het aanleertempo op deze seminars is hoog, er worden veel dansen aangeleerd en de kwaliteit van de didactiek is zeer wisselend. Over het niveau in Nederland zegt ze: "Deels is dat zeer matig, maar volgens mij is het nu wel erg verbeterd."

Eigen dansen heeft Angela als Nederlandse docent IsraŽlische dansen nog niet gepubliceerd, maar ze heeft in de afgelopen jaren al het nodige bereikt. Zelf noemt ze het stimuleren van jaarcursussen als een van de belangrijke punten, met als voorbeeld de twee lopende jaarcursussen in Amsterdam en Almere. Daarnaast noemt ze het opzetten van een eigen cursusorganisatie en de weekenden (in Handel) met thema. Ook organiseert ze twee maal per jaar ĎHarkada mehatchalaí, een instuif met 80% Goud van Oud en 100% niet moeilijk is ook leuk! Angela: "Ik organiseer ook weekenden onder de titel ĎNiet moeilijk is ook leuk!í, speciaal voor mensen die niet naar de gangbare weekends kunnen, dus mensen die nog niet veel ervaring hebben, ouderen, docenten (repertoire uitbreiding). Ook deze zijn thematisch opgezet. De laatste twee jaar met medewerking van Shura Lipovsky, waardoor het thema veel meer diepgang krijgt! Met andere woorden de Ďbeginnersí worden zo gestimuleerd om meer dansactiviteiten te bezoeken dan alleen hun cursusavond." De eerste marathon in Nederland organiseerde ze samen met Joke Broeren en bestond uit een instuif met 13 uur (!) IsraŽlische dans. In samenwerking met collega-dansdocenten organiseerde ze vier keer de Marathon Aviv (les + instuif). Bij Zajednica in Amsterdam geeft ze al vijf jaar een dansdag Debka + Jemenitisch met Ďs avonds een IsraŽlische instuif in Ďhaar zaalí (tussendoor gezamenlijk IsraŽlisch eten).

Ze verleende medewerking bij het tot stand komen van enkele CDís bij Syncoop Produkties (Hora, Simchu na, Kol hakavod). Ook werd haar werkstuk voor de kaderopleiding door Nevofoon als boek uitgegeven: ĎVan Dabkeh tot Debkaí.

Wat is jouw invloed in de wereld van de IsraŽlische dans? Angela: "Die invloed is uiteraard beperkt tot de plaatsen, waar ik les geef/heb gegeven en is vooral zichtbaar in mijn danskeuze. Zo probeer ik mensen naast nieuwe dansen ook waardering voor oudere tot zeer oude dansen bij te brengen. Het valt me op dat IsraŽlische choreografen/dansleiders zich ervoor lijken te schamen als ze een oude dans aanleren. Er wordt wat vluchtig doorheen gedanst en de kern wordt niet geraakt; jammer! Veel van mijn cursisten zijn blij wanneer ik dansen van vroeger (weer) in het programma opneem. Daarbij is het voor mij belangrijk dat de dansen die ik aanleer goede muziek hebben; de muziek moet Ďiets met je doení, moet stimuleren om te dansen. Veel nieuwe muziek vind ik Ďlawaaií. Dat wil niet zeggen dat ik een ouderwetse smaak heb, want sommige moderne muziekjes raken mij wel degelijk. Ik ben dus gewoon heel selectief. Je kan als dansleider de smaak van je cursisten beÔnvloeden en ik vind het dan ook fijn te merken dat degenen die bij mij dansen mijn smaak (gaan) waarderen. Ik vind het jammer dat binnen de IsraŽlische dans hoofdzakelijk Ďeendagsvliegení worden gecreŽerd. Het is leuk om de dansen te doen, omdat ze nieuw zijn en te proberen ze Ďnaar je lijf te zettení, maar voor mij zijn het toch te vaak een hoop pasjes op een muziekje en ik moet moeite doen om er enig gevoel bij te vinden. Wat me soms helpt, is afstand nemen, thuis nog eens de video bekijken en dan weer proberen. Slechts een enkele dans haalt het bij mij zo alsnog in de herkansing. In mijn lessen vindt men dus een mix van nieuw en oud(er). Ik vind het belangrijk dat de dansen ook na een jaar nog boeiend zijn om te dansen. Ik zoek in elke dans iets unieks. Ik ben terughoudend in het gebruik van IsraŽlische dansen op Ďbuitenlandseí muziek (bijv. Turks, Grieks, Russisch). In mijn lessen zal je hoogst zelden een IsraŽlische lijndans vinden. Dat vind ik een totaal ander genre, dat in mijn ogen niets met IsraŽlische volksdans te maken heeft. Ik heb een duidelijke voorkeur voor Debkaís (Arabisch beÔnvloede IsraŽlische dansen) en Jemenitische dansen."

Hoe ziet het wereldje van de IsraŽlische dans in Nederland eruit? Toen Angela met IsraŽlisch begon (1983), bestond er voor zover ze nog weet geen jaarcursus IsraŽlisch, alleen korte cursussen van 3 of 4 maanden. Nu zijn er inmiddels in Nederland in verschillende plaatsen jaarcursussen: in Amsterdam zelfs 3, Almere, Rotterdam, Utrecht, Hilversum, Nijmegen, Gorinchem, Wageningen, Boxmeer, Den Haag, Gemert, Ginderen, Steenwijk en Zaanstad. Er is, voor zover ze weet, slechts 1 demonstratiegroep die gespecialiseerd is in IsraŽlisch. Sinds 1996 wordt ĎHoraí uitgegeven, een tijdschrift met artikelen en informatie over IsraŽlische dans. Angela: "Maar, er is geen overkoepelende organisatie over alle IsraŽlische activiteiten in Nederland. Een aantal docenten hebben een goed onderling contact en een prettige werksfeer. Er is geen negatieve concurrentie (meer). In Nederland beperken de meeste IsraŽlische docenten zich tot het geven van wekelijkse cursussen. Slechts een enkele (waaronder ikzelf) organiseert regelmatig een weekend of ĎMarathoní. Met zín vijven organiseren we een jaarlijkse Ďgrote marathoní (Marathon Aviv), een landelijke happening, waar de onderlinge goede samenwerking zeer tastbaar is. Het NIW (Nieuw IsraŽlitisch Weekblad) heeft wel eens een artikel aan IsraŽlische dans gewijd: 1 maal over Marathon Aviv en 1 maal een fotoreportage over mijn weekcursus. Dit leverde overigens geen nieuwe cursisten op. Mijn weekcursus in Amsterdam heeft ca. 30 deelnemers. In Almere ca. 14 (13 van hen doen eerst anderhalf uur internationaal en daarna IsraŽlisch). In de weekenden die ik organiseer, constateer ik na een enorme toename in het begin en een zestal jaren Ďvolle bakí (d.w.z. twee weekenden met hetzelfde programma plus wachtlijst) sinds 2001 een gestage afname in het aantal deelnemers. Redenen die mij ter ore komen zijn: 1. hoge kosten (vooral voor logies), 2. sommige gevorderden komen alleen nog voor een gastdocent, 3. men wil weer eens iets anders, 4. de leeftijd gaat parten spelen. Evenwel tegelijkertijd ging ik een weekend organiseren voor een andere doelgroep: ĎNiet moeilijk is ook leuk!í en hier constateer ik een stijgende lijn, mede doordat ik Shura Lipovsky erbij betrokken heb. Door met een thema te werken, trek ik ook ander publiek dat niet uitsluitend (of hoofdzakelijk) IsraŽlisch danst. Dit lukt wel, maar het zijn geen blijvers; ze komen alleen naar zoín weekend."

Angela heeft veel werk, maar ze is blij met de combinatie internationaal en IsraŽlisch, omdat dit voor haar voor de nodige afwisseling zorgt en haar voldoende werk oplevert. Angela: "In Amsterdam zijn we met zín drieŽn met hetzelfde bezig, maar we zijn verschillend genoeg dat mensen kunnen kiezen voor een programma, lesmethode, sfeer, lesavond. Sommigen dansen bij twee van ons. Af en toe proberen we wat programma op elkaar af te stemmen. In verschillende Europese landen, zoals Nederland, BelgiŽ, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Engeland, maar ook in Oost-Europa en in alle andere werelddelen worden weekenden of meerdaagse cursussen georganiseerd met een of meerdere gastdocenten uit IsraŽl. Deze cursussen worden internationaal bezocht. In Engeland komen naar ĎMachol Europaí meer dan 20 verschillende nationaliteiten. Naar de Nederlandse weekendcursussen met gastdocent komen tot nu toe naast Nederlanders ook Belgen, Duitsers, Engelsen en Fransen. Bij dit soort cursussen gaat het om dansen leren en samen dansen en niet om dansvoorstellingen." Terugkijkend op hoe dit allemaal zo ontstaan is, herinnert ze zich dat haar eerste IsraŽlische danscursus (Ī 1973) bij Sima van Dullemen- Colcher was en later bij Dan Heiman, met livemuziek: "Heel bijzonder! Later kwamen de korte cursussen bij Zajednica o.l.v. Marius Korpel en dansdagen bij Gert-Jan van Ammerkate. Gert-Jan en Marius organiseerden ieder weekenden en Paas- en Kerstcursussen. Zij introduceerden daarvoor vele choreografen in Nederland, zoals bijvoorbeeld Dani Dassa, Moshiko, Jonathan Gabay, Moshe Telem, Shlomo Maman, Shmulik Gov-Ari. Deze choreografen kwamen (komen nog steeds) meerdere keren terug in Nederland. Ook Benny Assouline uit Parijs, die 9 jaar achter elkaar met Pinksteren een cursus gaf, heeft veel betekend voor de IsraŽlische dans in Nederland, met name door hem kwam er vernieuwing in het repertoire."

Sinds 1981, na het volgen van de kaderopleiding, was er voor Angela weliswaar veel vraag naar IsraŽlische cursussen, maar ze waren altijd slechts 3 of 4 maanden lang. Daarna moest ze weer een jaar Ďwachtení. Maar als er een of andere specialisatiecursus niet doorging door te weinig deelnemers, Ďsprongí ze in met een specialisatie binnen de IsraŽlische dans: bijvoorbeeld Debkaís, walsen, Jemenitisch, oud-IsraŽlisch of dansen van ťťn choreograaf. "Dit bleek een succesformule! Zelf probeerde ik al eens een jaarcursus onder te brengen bij een Joodse jeugdvereniging, maar na een paar jaar waren er niet genoeg deelnemers om dit te continueren, o.a. door gebrekkige p.r. van de vereniging. Toen Zajednica, waar ik steeds de korte cursussen gaf, moest verhuizen en daardoor minder avonden ter beschikking had, besloot ik Ėin overleg met Zajednica Ė zelf een zaal te huren en een eigen onderneming te starten. Deze Ďclubí, Rikudey-am (=IsraŽlische volksdans), draait inmiddels het 12e seizoen. In Almere stond het bestuur eerst wat huiverig tegenover mijn voorstel voor een IsraŽlische jaarcursus, maar ze waagden de gok en ook deze cursus beleeft al zijn 12e seizoen: klein, maar constant. Deze IsraŽlische les bracht de Ďpití terug op de cursusavond internationaal, die dreigde in te zakken."

Het was Benny Assouline die haar op het idee bracht om in de Weyst in Handel (een voormalig Kapucijnerklooster, waar op een houten vloer in de kerk gedanst wordt) een Ďechteí IsraŽlische marathon te houden, d.w.z. dansen van ís avonds 19.30 tot de volgende ochtend 7.30. "Ik deed dat samen met Joke Broeren. Nadat we de datum hadden vastgesteld, bleek dat die nacht de wintertijd inging. Dus om 3.00 uur ging onder luid gejuich de klok een uur terug en dansten we dus 13 uur vrijwel nonstop! Het was weliswaar een heel geslaagde nacht, maar ik kwam tot de conclusie dat in Nederland het (dans)klimaat niet zo geschikt is voor deze vorm van marathon en bedacht de formule: ís middags workshops, samen eten en ís avonds bal (van 14.00 tot 24.00). Deze opzet heeft veel navolging gevonden!"

Een ander idee dat voortkwam uit de eerste marathon was het organiseren van weekenden met dansen van Dani Dassa in Handel, omdat ze merkte dat zijn dansen in de vergetelheid dreigden te raken. Bij het tweede weekend (1994) was Dani zelf aanwezig, evenals Gert- Jan die Dani voor het eerst naar Nederland had gehaald. Sinds vier jaar is ze overgestapt op het repertoire van Moshiko en Shmulik Gov-Ari. Hoe kijkt ze aan tegen de huidige situatie? Angela: "De situatie is niet ongunstig, maar vraagt voortdurend alertheid: steeds blijven werven, vernieuwen en samenwerkingsverbanden zoeken. Wel zorgwekkend is de vergrijzing. De een bereikt de jongeren gemakkelijker dan de ander; het is moeilijk om een cirkel te doorbreken.

Cursisten zoeken vaak een dansleider bij wie ze zich thuis voelen, qua didactiek, dansprogramma, sfeer; daar kun je invloed op uitoefenen, maar buiten je eigen kring is dat moeilijker." En de toekomst? "Op korte termijn zie ik dat voor mijzelf redelijk gunstig, mede doordat ik niet alleen van IsraŽlisch afhankelijk ben. Er is een voortdurende golfbeweging in het aantal cursisten. Momenteel heb ik stabiele groepen, maar ik kreeg dit jaar geen nieuwe deelnemers. Mijn grootste zorg blijft het vinden van nieuwe cursisten. Met internationaal ga ik proberen een tienergroep te starten in de hoop dat dit Ė als het lukt Ė wat doorstroming geeft, zowel bij internationaal als bij IsraŽlisch. De eigentijdse IsraŽlische muziek zal jongeren toch wel aanspreken. En op de lange termijn..?

Bron: 
Syncoop Nieuws nr. 50 (December 2004)
http://www.syncoopnieuws.nl/archief/2004/a2004-43.html

                                                                     Inhoud 2004

 



Wilt u adverteren, of activiteiten in de  agenda aankondigen?

Mail naar: syncoop@wxs.nl





GeÔnteresseerd in CDís met volksmuziek?

Bezoek dan  www.syncoop.com




 

Copyright SyncoopNieuws 2003